Lichaam Beeld Woord

Aan de expositie van Els Snijder bij Kadmium gingen vele ontmoetingen vooraf. In de loop der tijd ontstond het plan voor deze solo, samengesteld door Rien Monshouwer en Ingrid van Santen. De uitkomst van een interessant proces dat beschreven is in de bijbehorende publicatie.

Monshouwer en Snijder kennen elkaar via de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunst, waar Snijder studeerde en Monshouwer doceerde. Het oeuvre van Monshouwer bestaat uit schilderijen, ruimtelijk werk, teksttekeningen en publicaties voor het blog Jegens en Tevens. De wisselwerking tussen beeld en woord is een gemeenschappelijke interesse. Want ook Snijder beweegt zich op meerdere vlakken en maakt gebruik van diverse media. Gedreven door een verlangen om verbindingen tot stand te brengen vergelijkt zij dit met het bereiden van een maaltijd. Het bijeenbrengen van de juiste ingrediënten, waarbij kleur, geur, smaak of textuur allemaal het uiteindelijke resultaat bepalen. Snijder voelt zich dan ook vrij om heel verschillende middelen te gebruiken en combineert foto’s, teksten, objecten of films met elkaar. Het draait om de emotionele lading van de beelden, fysieke kwetsbaarheid en fragiliteit van het menselijke bestaan. Soms is de aanleiding een nieuwsfoto van een oorlog of een humanitaire ramp, maar nooit in letterlijk zin. Zij stelt samen en transformeert  waardoor het uiteindelijke werk universeel is. Ook zet zij haar eigen lichaam als materiaal in: afdrukken van handen in klei, een afgietsel van haar rug. Eerder nam zij deel aan een groepstentoonstelling met de sprekende titel Body Talk in Museum Beelden aan Zee.

Snijder kiest ervoor de constanten in haar oeuvre te laten zien, zonder op de chronologie te letten. De samenhang in de werken en tussen de werken is van belang. Om voor de bezoekers een zekere rust en intimiteit te scheppen is gekozen voor afzonderlijke plekken en hoeken in de zaal van Kadmium. Lichamen, beelden en woorden als een vorm van poëzie in plaats van een verhaal met een begin en eind. Dwalen, kijken, lezen, voelen, denken. Fragmenten die een zekere richting geven en ruimte scheppen voor de bezoekers om zelf samenhang en betekenis te ontdekken. Een pas op de plaats en even vertragen, maar zonder gebruiksaanwijzing en in alle vrijheid.

De tentoonstelling van Els Snijder wordt begeleid door een publicatie met teksten van Rien Monshouwer en Ingrid van Santen. De opening is op zondag 12 december 2021 om 15:00.

Reserveer je ticket voor de opening hier.

 

Yaïr Callender – Matthias Grothus – Jamsessie

Nieuwsgierigheid is de mens aangeboren. Van nature moeten we wel. Onze zintuigen zijn erop gericht naar onze omgeving te luisteren, zaken en objecten om ons heen te voelen, de geuren in ons op te snuiven en vooral: te kijken! We barsten van de mogelijkheden om onze omgeving te onderzoeken en onze hersens te laten werken, willekeurig en onwillekeurig, en alles wordt klaargemaakt om onderworpen te worden aan ons voorstellingsvermogen. Echter, in het gebruik van onze hersens op basis van onze zintuigen worden we ook geconditioneerd. Onze zintuigen zijn er ter overleving en die overleving staat in ons verwende land ver af van de basale zaken waarmee je ooit te maken had om te overleven. We worden momenteel gedreven door concurrentie en efficiëntheid. Onze creativiteit in het omgaan met de omgeving is verdreven naar wat nu ‘vrije tijd’ en ‘vakantie’ heet. Dat wat ooit overleving was, heet nu ‘recreatie’ en die recreatie staat weer in het teken van de consumptie. Waren onze zintuigen ooit de bron van kennis van onze omgeving en het verbeeldingsvermogen om die te kunnen bezweren, nu zijn ze gericht op onze dagelijkse efficiënte taken. Vervolgens moeten ze vooral verwend en ontstrest worden, zodat we de volgende dag weer paraat kunnen staan. Dat verwennen en ontstressen is een hele industrie op zich geworden. Van kunstenaars wordt vaak verwacht dat ze deelnemen in die tak van industrie en wanneer ze dat niet doen, wordt hun werk vaak omschreven als ‘moeilijk’. Maar wat is ‘moeilijk’? ‘Moeilijk’ als in een puzzel die opgelost moet worden? ‘Moeilijk’ als in iets onbegrijpelijks?

Het nieuwsgierig kijken en het maken om de nieuwsgierigheid verder op de proef te stellen en de wereld te bezweren ligt nu in handen van kunstenaars. Van kunstenaars als Yaïr Callender (1987) en Matthias Grothus.(1982) kun je moeilijk beweren dat hun werken puzzeltjes zijn of dat zij onbegrijpelijk zijn. Want, valt er iets te begrijpen? Misschien zijn ze beter te presenteren als zaken waarnaar je kijken kunt, als dingen die in zichzelf of in hun samenstelling iets te vertellen hebben, dat misschien je begrip wel te boven gaat, maar dat je oernieuwsgierigheid en je oervoorstellingsvermogen ook opwekt. Beide maken ze dingen waar je omheen wil lopen, waarvan je wil weten hoe ze in elkaar zitten en waarom, maar tijdens het kijken krijg je de bal vaak weer onmiddellijk terug. Want wat vind je er zelf van? Of is het werk waardoor je een beetje in de maling genomen wordt? Dat zou goed kunnen want kunst neemt je graag in de maling. Het wil je immers graag iets doen geloven. Dat het mooi of lelijk is bijvoorbeeld – maar dat is nog maar het minste – of dat het iets voorstelt wat het zelf niet is. Het opent daarmee je eigen voorstellingsvermogen. In feite spelen alle kunstwerken daarop in, maar die van Grothus en Callender in het bijzonder. Beider werken trekken je aan, niet om hun schoonheid of lelijkheid, maar gewoon omdat ze er zijn. Het zijn ook die kwaliteiten die hun werk samengebracht heeft in deze tentoonstelling.

Bij hun uitnodiging om samen tentoon te stellen kenden zij elkaar nog niet. Ze werden bij elkaar gebracht vanwege de overeenkomsten in hun werk, maar in feite zijn de verschillen net zo groot. Veel van Grothus’ werken, gemaakt uit een veelheid van materialen, kunnen bewegen of suggereren beweging. Niet zelden wordt de kijker zelf uitgenodigd het werk te laten bewegen. Ook andere processen kunnen plaatsvinden: soms geven zijn werken licht, soms maken ze geluid. Alle processen die plaatsvinden in Grothus’ werken zijn in principe te herleiden. Wat dat betreft zijn zijn werken niet ‘moeilijk’. Ondanks de mechanieken, en de elektronica die er soms bij komt kijken, hebben ze vaak het voorkomen van levende wezens, daargelaten of het dan om planten, dieren of andere levensvormen gaat. Functionaliteit en betekenis gaan bij Grothus in het maakproces volledig samen en vormen daarmee vrij letterlijk het werk. Soms hebben de werken een flinke vleug surrealisme en er zit ook vaak een fijne humor in. Hij is er een meester in om van een aantal afgedankte materialen iets nieuws te maken dat niet zozeer grappig of handig in elkaar geflanst oogt, maar juist een complete gedaanteverwisseling heeft ondergaan, een eigen betekenis heeft gekregen, een eigen leven heeft gekregen. Het gaat Grothus ook niet om de recycling van oude spullen. Het gaat meer om hoe materialen en objecten betekenis krijgen en hoe ze tot leven komen. De werken lijken te komen uit de werkplaats van een uitvinder die liever de zijpaden bewandelt, dan dat hij zich een praktisch doel stelt. Enerzijds zijn zijn werken volstrekt zichzelf, anderzijds stellen ze zich ook nadrukkelijk open voor de kijker.

Callenders werk straalt, hoewel niet vrij van humor, een filosofische ernst uit. Het gaat dan echter niet om ernst als gevolg van de zwaarte van het leven. Het is de ernst van de aandacht voor hoe de wereld in elkaar zit. Een wereld die zich uitstrekt van sterrenstelsels in de hemel, tot chemische processen vlak bij de grond, van de geometrie van het gewone, tot het bijzondere in details, en verder alle gedachtes die daarover zijn. De wereld is als een groot monument voor zichzelf, dat weer opgedeeld is in kleinere monumenten, zo zou je kunnen concluderen uit Callenders werk. Daaruit is misschien zijn eigen streven naar monumentaliteit te verklaren. Dat wil niet zeggen dat al zijn werken per se groot zijn. Het is meer de idee van hoe je het bijzondere kunt samenvatten in vorm en structuur, zodanig dat het je langer bijblijft. Het is bij hem de beeldende retoriek die van belang is, zoals dat ook gaat bij monumenten. Die retoriek kan echter variëren van grote woorden tot uitingen van twijfel. Retoriek is bij hem niet altijd het helder en scherp articuleren van ideeën. Zij kan ook het fluisteren van gedachten zijn die door Callender zelf nog ontward moeten worden, of die hij liever overlaat aan de kijker om er ideeën over te hebben. Onderdelen en objecten kunnen ook later weer terugkeren in een ander werk, gewijzigd of ongewijzigd. Ze geven daarmee weer andere aspecten van hun bestaan bloot aan de kijker. Waar Grothus een uitvinder is, is Callender eerder een ontdekkingsreiziger. Hij maakt en ziet dingen en processen, ziet het bijzondere ervan en wil dat enthousiast delen met de kijker.

Callender en Grothus zijn er beide goed in om zaken te maken die juist door hun uitzonderlijkheid de aandacht trekken. Beiden zijn kunstenaars die met hun werk hun eigen wereldbeeld en dat van de kijker op een intrigerende manier op de proef stellen. Dat wordt gecombineerd met een veelzijdigheid in het maken, met respect voor en onderkenning van de mogelijkheden van materialen, of het nu gaat om hout, metaal, pigmenten, elektriciteit, licht en schaduw en wat al niet. Je kunt zelfs beter spreken van een jamsessie van twee kunstenaars die elkaar nog maar net hebben ontmoet. Bij het schrijven van deze tekst is nog niet duidelijk hoe de show eruit gaat zien, maar ongetwijfeld zullen de twee kunstenaars elkaars ritmes aanvoelen en plezier beleven van elkaars dwarssprongen. Het is voor beide een kans hun eigen werk in een nieuw perspectief te zien, terwijl de bezoeker van de tentoonstelling daaraan deelneemt met zijn/haar nieuwsgierigheid.

Bertus Pieters, september 2021

Herfstsalon 2021

De herfstsalon toont het werk van kunstenaars uit Delft en omgeving. Aansluitend bij de herfstsalon vindt op 2 en 3 oktober de Delftse Atelierroute plaats.

Intermezzo

Een tentoonstelling vol beeldende muzikaliteit

Op de dubbelexpositie ‘Intermezzo’ is werk te zien van textielontwerper Aleksandra Gaca en muziekfotograaf Melle Meivogel. De expositie sluit aan bij het Delft Chamber Music Festival dat plaatsvindt van 22 juli tot en met 1 augustus. Meivogel volgde de musici tijdens de afgelopen twee edities van het festival. Zijn foto’s laten de spanning voorafgaand aan de concerten, de concentratie tijdens het spel en de ontlading na afloop zien. Ook bieden ze een blik achter de schermen van het festival. Zijn foto’s zijn een ode aan de muziek, de musici en het publiek. Aleksandra Gaca ontwerpt driedimensionale geweven textiel die door patronen, ritmiek en herhaling een uitgesproken muzikaal karakter hebben. De wisselwerking tussen ambacht, techniek en kunst is voelbaar in haar textiel. In de expositie, die door beide kunstenaars en curator Coby Brinkers gezamenlijk is vormgegeven, gaan Gaca’s textiel en Meivogels foto’s door de beweging in hun werk een samenspel aan.

Het werk van Aleksandra Gaca hangt in musea als De Lakenhal, Het Nationaal Museum in Warschau en het Cooper Hewitt Smithsonian Design Museum in New York, maar wordt ook gebruikt door architecten, textielproducenten en modeontwerpsters als Iris van Herpen. Melle Meivogel is een van Nederlands meest gevraagde fotografen van klassieke musici en concerten. Hij maakt zijn foto’s voor artiesten, ensembles en orkesten. Ze zijn te zien in kranten en seizoensbrochures, op flyers en affiches.

De burgemeester opent tentoonstelling
Op zondag 18 juli om 15.00 uur opent de burgemeester van Delft, Marja van Bijsterveldt de expositie ‘Intermezzo’. Vanwege de huidige beperkte toegankelijkheid zal dit een besloten karakter hebben.

Voor nieuwsgierige bezoekers is ‘Intermezzo’ vanaf 15 juli reeds te bezoeken. De expositie duurt tot en met 12 september.

Interview met Melle Meivogel

Woensdag 28 juli, 20.00 uur door Alexander Klapwijk, musicoloog

De tentoonstelling en het interview zijn mede mogelijk gemaakt door;

Delftse Lentesalon 2021

Van 5 juni tot en met 27 juni is in de bovenzaal van het Prinsenkwartier de lentesalon van Kadmium te zien.
De lentesalon toont het werk van kunstenaars uit Delft en omgeving.

Locatie: expo (boven)

Je kunt hier je tijdslot reserveren.

Verstilling – The Bliss of Solitude

Verstilling  – The Bliss of Sollitude

Deze tentoonstelling in Kadmium brengt het werk samen van Yuk Kan Yeung en Antonius Nijssen.
Verstilling, reizen en herinneringen zijn de sleutelwoorden in beide oeuvres.

Hier lees je de blog op Villa Next Door

https://www.youtube.com/watch?v=AaNehA-axA8

Terra Incognita

Schilderijen Hendrik van Leeuwen – Sculpturen  Warffemius

De tentoonstelling Terra Incognita, brengt twee kunstbroeders samen die de ernst van het spel verstaan. Hoewel Hendrik van Leeuwen (1952, Amsterdam) en Warffemius (1956, Den Haag) menige uithoek op deze wereld hebben verkend, is de magische wereld uit de vroege jeugd nog steeds een drijfveer. Zoals je vroeger in bomen klom om boven je macht te reiken – en dus ook je botten kon breken – zo getuigen hun sculpturen en schilderijen van liefde voor de natuur en verwondering op het scherpst van de snee.

Neem dat vooral niet letterlijk: een schilderij of sculptuur is géén vergeelde foto uit de jaren vijftig en zestig. Het gaat om de houding waaruit kunst ontstaat.  ‘Niets is mooier dan het blanco moment,” schrijft Van Leeuwen. Het beeld dat hij ter verduidelijking oproept klinkt inderdaad als een belofte: ‘De ochtend is nog pril, de zon prikt net over de huizen heen, het atelier is een speelplaats met uitzicht op alle windstreken.’

Warffemius is een schilder die tot in China succes oogst met werk dat groeit vanuit kleine observaties in de natuur.  Sinds 2004 maakt hij ook sculpturen van staal, een activiteit die gestaag aan belang wint en die onlangs in boekvorm is belicht. Hendrik van Leeuwen heeft zijn sporen vooral als schrijver over beeldende kunst verdiend.  Taal en beeld zijn bij hem gelijkwaardige expressiemiddelen, maar in de schilderijen komt zijn geest in de puurst mogelijke vorm naar voren. Achter het spel met herhalingsmotieven doemen universele (natuur)begrippen op.

De combinatie van beider werk in één tentoonstelling werpt nieuw licht op onderliggende drijfveren. Beide treden ze de wereld als ‘Terra Incognita’ tegemoet. Houding en zienswijze zijn vergelijkbaar – toch kijken ze anders naar de dingen om ons heen.

Curator: Coby Brinkers

Herfstsalon 2020 en 25e Delftse Atelierroute

Tijdens de herfstsalon laten kunstenaars uit Delft en omgeving hun werk zien.
DAR 25:
Tijdens de atelierroute kunt u de ateliers van de exposerende kunstenaars van de herfstsalon bezoeken.
De atelierroute vindt plaats op 3 en 4 oktober van 12:00 uur tot 17:00 uur
Bij Kadmium in het Prinsenkwartier zijn de boekjes van de salon en de plattegrond van de atelierroute verkrijgbaar voor 5 euro

Re-collection 2

Geometrie vormt voor Hans Ensink op Kemna (1952) de ideale basis. Lijnen, rechthoeken, vierkanten of cirkels zijn universeel en representeren geen andere voorstelling dan zichzelf. Het beeld is daardoor helder en overzichtelijk, maar ondanks deze onderliggende structuur laat zijn werk zich niet eenvoudig analyseren. Zijn monumentale schilderijen tonen complexe relaties van beeldelementen met een precair evenwicht tussen kleur en vlakverdeling.

Voor zijn serie Horizon Pieces was het landschap vertrekpunt. Maar muziek, literatuur of beeldende kunst kunnen even goed inspiratiebron zijn, zoals het monumentale werk Giverny, dat verwijst naar werk van Monet. Je verhoudt je tot je voorgangers, je hebt een relatie met ze. Zij herinneren je aan van alles en brengen je terug naar wezenlijke zaken. Ik lees bijvoorbeeld graag de essays van Frank Stella of verdiep me in het werk van Ellsworth Kelly. De beeldelementen die ik gebruik zijn autonoom, ze reageren op elkaar, brengen nieuwe betekenissen voort en zo ontstaat een esthetische ruimte.

In 2011 ontstond zijn idee om zijn gehele archief van notitieboekjes en schetsblokken tegen het licht te houden. Niet alleen om 25 jaar schilderen te evalueren, maar juist om het geheel te revitaliseren. Van Stroom Den Haag kreeg hij subsidie voor dit onderzoek, waarbij hij de complexiteit van de schilderijen in direct verband bracht met hun ontstaansgeschiedenis. Onderliggende relaties tussen de werken evenals homogeniteit in het oeuvre werden inzichtelijk. Van de schilderijen kun je zeggen dat ze het eindproduct zijn van een proces. Zij vormen de nieuwe realiteit en datgene wat de aanleiding was is verdwenen. Veel van die aanleidingen vond ik in tientallen notitieboekjes terug.

De afgelopen drie jaar heeft dit tot nieuw werk geleid. De gouaches die ontstonden zijn allemaal op ongeveer dezelfde wijze uitgevoerd en hebben hetzelfde formaat. Hoewel ze in series worden getoond zijn ze allemaal autonoom. Wat mij fascineert is om op een min of meer berekenende wijze tot een op zichzelf staand ding te komen waarbij het ondefinieerbare zijn rol blijft spelen.                     Ook zal het spannend zijn om de gouaches in relatie met een aantal grote doeken uit verschillende periodes te laten zien, waardoor onderlinge relaties zichtbaar kunnen worden. Een uitnodiging aan de kijker om in alle rust zijn eigen ontdekkingen te doen.

 

 

opening lentesalon: gluren bij de buren

LENTESALON – Wethouder @bas_vollebregt opent de “gluren door de ramen” 2020 editie van de Lentesalon⁣

⁣“Welkom bij de digitale opening van één van de bijzonderste tentoonstellingen die ik waarschijnlijk ooit mag openen. Een tentoonstelling waar wij helaas niet eens naar binnen mogen. Omdat we sinds gisteren weten dat we per 1 juni mogelijk dat wel weer mogen doen als alles goed gaat, heeft Kadmium voor jullie iets heel moois neergezet. Tot die tijd kan je de Lentesalon, waar jaarlijks alle Kadmium kunstenaars hun eigen werk kunnen laten zien, ook buiten veilig vanaf deze cirkels met anderhalve meter afstand aanschouwen.”⁣

⁣Een bijzondere editie van de Lentesalon dus. Tot 20 mei kan je aan het historisch Sint Agathaplein in Delft het werk van 42 kunstenaars bekijken.⁣

⁣video: Joost Konings